Slimme radio zoekt zelf plekje in de ether
Een ‘slimme radio’ zoekt zelf een rustig plekje in het spectrum van frequenties. Deze nieuwe techniek zal de wereld van de draadloze communicatie op zijn kop zetten.
Het echtpaar Jansen meldt zich op een zonnige dag met windscherm en badspullen bij de strandwacht. Gaat u maar naar vak J, zegt hij. De Jansens morren. Vak J is al heel druk, dat zien ze zo wel. Kunnen we niet naar vak K, waar veel minder badgasten zijn? Nee, dat kan niet, zegt de strandwacht. Dan zitten de J’s en de K’s straks door elkaar, dat zou een mooie boel worden!
Absurd, maar wel de manier waarop draadloze communicatie tot nu toe wordt geregeld. Televisiezenders, gsm’s en radio’s hebben allemaal hun eigen vak, of frequentieband, en daar mogen ze niet uit – ook niet als het in het eigen vak heel druk is en in een naburig vak heel rustig.
Maar daar komt verandering in en dat kan de draadloze communicatie op zijn kop zetten. De ether kan veel efficiënter worden benut en daar zullen de gebruikers wel bij varen. Telecombedrijven zullen fors inleveren.
Het toverwoord is cognitive radio – slimme radio. Die zoekt zelf naar stille plekken in het frequentiespectrum en gaat dáár zenden. Het startsein voor deze revolutie klonk op 4 november van het vorig jaar in de Verenigde Staten.
De Federal Communications Commission (FCC), het orgaan dat daar zendvergunningen verstrekt, gaf toen flinke stukken van de ether vrij: de witte plekken in en tussen de televisiebanden. Ze mogen gebruikt worden voor draadloos internetverkeer, voor gsm’s, draagbare video en wat de informatierevolutie nog meer in petto heeft. Een spectaculair voorbeeld van deregulering, want de grenzen in de ether worden doorgaans zwaar bewaakt. Televisiestations en kabelbedrijven lieten meteen weten bang te zijn voor storing, maar Larry Page, een van de oprichters van Google, juichte de beslissing van de FCC op zijn blog van harte toe: „Nu kunnen we gauw Wi-Fi on steroïds hebben!” Uitzenden in de nieuwe frequentiebanden kan betekenen dat ook afgelegen en verre locaties en mobiele gebruikers snel internet kunnen krijgen, een aantrekkelijk perspectief voor een bedrijf dat met internetadvertenties zijn brood verdient.
In Nederland heeft het Agentschap Telecom aan de Technische Universiteit Twente vergunning verleend om te experimenteren met een variant van slimme radio. Hoogleraar elektrotechniek Kees Slump: „We doen onderzoek aan een flexibele vorm van radiocommunicatie, waarbij we de activiteit in de ether meten en vaststellen wat de beste plekken voor zenden en ontvangen zijn.” Het onderzoek moet ertoe leiden dat hulpdiensten beter met elkaar kunnen communiceren en ook breedbandige informatie kunnen verzenden, videobeelden bijvoorbeeld.
De ether is tegenwoordig druk bevolkt. Niet alleen met radio- en tv-zenders, maar ook met mobiele telefoons, draadloos internet, bewakingscamera’s, afstandsbedieningen en draadloze sensoren van mist-, regen- en temperatuurdetectoren. Daar komen nog de storingen van elektromotoren en andere ethervervuilers bij.
De huidige praktijk is dat voor alle zendgemachtigden aparte frequentiebanden zijn gereserveerd. Voor die banden hebben telecombedrijven en gsm-providers vaak zeer veel geld betaald. Dat er naast die banden vaak uitgestrekte gebieden zijn waar nauwelijks sprake is van activiteit, heeft al menigeen aan het denken gezet. In sommige landen, zoals in Nederland, zijn de analoge televisiezenders al uitgezet en dat heeft het braakliggende ether-areaal nog eens vergroot. Cognitive radio zou de onbenutte plekken beter kunnen gebruiken.
Voor het regelen van de communicatie tussen ontvanger en zender zijn verschillende protocollen denkbaar. Er kan bijvoorbeeld een smalbandig managementkanaal komen, dat zender en ontvanger gebruiken om af te spreken op welke frequentie ze zullen communiceren.
Bron: NRC Handelsblad (Warna Oosterbaan) donderdag 22 jan 2009
Wat is jou mening hierover? Laat het weten door te reageren op dit artikel!
- Login to post comments
